Woon je in een huis met stadsverwarming, dan betaal je voor je warmte niet aan een gasleverancier maar aan een warmtebedrijf. Wat dat bedrijf maximaal mag vragen, bepaalt de ACM. Op 1 januari 2027 gaat de Wet collectieve warmte in, en daarmee verandert op termijn hoe dat maximum wordt berekend. Hieronder lees je wat je nu betaalt, wat er verandert en wat nog niet vaststaat.
Wat is een warmtenet?
Een warmtenet is een systeem waarbij meerdere woningen of gebouwen tegelijk worden verwarmd vanuit één centrale warmtebron. Milieu Centraal vergelijkt het met een grote gezamenlijke cv-ketel: warm water stroomt via leidingen onder de grond naar de huizen. Stadsverwarming is een ander woord voor hetzelfde.
De warmte komt bijvoorbeeld uit restwarmte van de industrie, aardwarmte, biomassa, oppervlaktewater of zonnewarmte. In je huis hangt een afleverset met warmtewisselaar, vaak in de meterkast. Die geeft de warmte door aan je radiatoren en je warme kraan. Je hebt dus geen eigen ketel die je moet onderhouden.
Wat betaal je voor stadsverwarming?
Je betaalt een vast bedrag per jaar en een bedrag per gigajoule (GJ) warmte die je gebruikt. Voor 2026 mag een warmtebedrijf volgens de ACM maximaal 40,97 euro per GJ rekenen en maximaal 827,91 euro per jaar aan vaste kosten.
Die vaste kosten zijn het vastrecht, het meettarief en de huur van de afleverset. Bij een nieuwe aansluiting betaal je volgens Milieu Centraal ook eenmalige aansluitkosten, soms aangevuld met een bijdrage aan het project.
Omdat de vaste kosten in 2026 stegen en het tarief per GJ daalde, verschilt het effect per huishouden. Volgens de ACM betaalt een gemiddeld huishouden met 25 GJ per jaar in 2026 tot 3,34 euro minder. Een huishouden dat 5 GJ gebruikt, betaalt maximaal 53,04 euro meer. Wie weinig warmte gebruikt, merkt de vaste kosten dus het sterkst.
Een andere leverancier kiezen kan niet. Volgens de Rijksoverheid ben je bij stadsverwarming of blokverwarming aangewezen op het warmtebedrijf van je net.
Hoe wordt het warmtetarief nu begrensd?
Via het 'niet meer dan anders'-principe: je mag voor warmte niet meer betalen dan een gemiddeld huishouden met een cv-ketel op gas. De ACM rekent daarom elk jaar in december een maximumtarief uit dat gekoppeld is aan de gasprijs.
Het tarief per GJ is gebaseerd op de gemiddelde prijs van vaste gascontracten, gemeten in september, oktober en november. De vaste kosten zijn afgeleid van wat een huishouden met gas kwijt is aan onder meer de cv-ketel, netbeheer en meetkosten. Een warmtebedrijf mag minder vragen dan het maximum, maar nooit meer.
De maximumtarieven voor 2027 zijn nog niet bekend. De ACM stelt ze naar verwachting in december vast.
Wat verandert de Wet collectieve warmte per 1 januari 2027?
De wet maakt de koppeling tussen warmteprijs en gasprijs op termijn los. Het maximumtarief gaat stap voor stap uitgaan van wat het warmtebedrijf zelf aan kosten maakt. Dat duurt enkele jaren: de ACM stelt de tarieven in ieder geval tot 2030 nog vast aan de hand van de gasprijs.
De ACM beschrijft drie fasen:
- Vanaf 1 januari 2027: de koppeling aan de gasprijs blijft, maar wordt op enkele punten gecorrigeerd.
- Daarna: voor grote warmtenetten met meer dan 1.500 afnemers rekent de ACM met de efficiënte kosten per gebied. Voor kleinere netten komt een tarief op basis van een kostengebaseerde referentie. Wanneer deze fase begint, hangt af van de Tweede Kamer.
- Op zijn vroegst in 2034: tarieven per warmtenet op basis van de inkomsten die het warmtebedrijf mag ontvangen.
Daarnaast moeten warmtebedrijven volgens de Rijksoverheid voor meer dan de helft in handen komen van overheden, zoals gemeenten of provincies. Klanten krijgen ook betere bescherming, bijvoorbeeld bij leveringsproblemen.
Wordt stadsverwarming goedkoper door de nieuwe wet?
Niet vanzelf. De ACM waarschuwde al in 2024 dat tarieven op basis van werkelijke kosten niet automatisch lager uitvallen dan de huidige. Bij een warmtenet met hoge kosten kan het tarief juist stijgen.
In augustus 2026 rekende de ACM het door voor grote warmtenetten. Bij kostengebaseerde tarieven zou ongeveer de helft van de huishoudens meer gaan betalen en de andere helft minder. De tien procent met de grootste daling zou gemiddeld 29 procent minder betalen; de tien procent met de grootste stijging gemiddeld 71 procent meer, ruim 740 euro per jaar.
Volgens de ACM is in de wet vastgelegd dat kostengebaseerde tarieven pas ingaan als de betaalbaarheid van warmtenetten geborgd is. Welke maatregelen daarvoor komen, staat nog niet vast.
Wat betekent dit voor jou als bewoner?
Voor je rekening in 2027 verandert er waarschijnlijk weinig in hoe je tarief wordt berekend: het blijft gekoppeld aan de gasprijs. Wat je in 2027 precies betaalt, hoor je pas als de ACM in december de maximumtarieven bekendmaakt.
Op langere termijn gaat je tarief meer afhangen van de kosten van jouw eigen warmtenet. Houd daarom de berichten van je warmtebedrijf en je gemeente in de gaten, en controleer of je jaarafrekening binnen de maximumtarieven van de ACM blijft. Gebruik je weinig warmte, dan weegt het vaste deel zwaar; besparen op je verbruik helpt dan minder dan je zou verwachten.
Wat heeft de warmtetransitie in je gemeente ermee te maken?
Gemeenten krijgen meer zeggenschap over de vraag welke wijken van het gas af gaan en of daar een warmtenet komt. Dat regelt de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, die naar verwachting op 1 januari 2027 ingaat.
Elke gemeente moet uiterlijk 31 december 2027 een warmteprogramma hebben. Daarin staat wat er wanneer gebeurt, zodat bewoners weten waar ze aan toe zijn. De gemeente kan gebieden aanwijzen die van aardgas overstappen op een duurzame warmtebron. Volgens de wet moeten bewoners dan voldoende tijd krijgen om zich voor te bereiden, en moet de overstap voor hen betaalbaar zijn.
Ga je over van gas naar een warmtenet en woon je zelf in je koophuis, dan kun je volgens Milieu Centraal in 2026 3.775 euro subsidie krijgen voor een aansluiting. Meer over die regeling lees je in het artikel over de ISDE-subsidie.
Moet je vanaf 2029 een hybride warmtepomp als je op een warmtenet zit?
Nee. Het kabinet wil dat huiseigenaren vanaf 2029 bij vervanging van de cv-ketel een slimme hybride warmtepomp nemen, maar dat voornemen geldt niet voor woningen die op een warmtenet zijn of worden aangesloten. Het is bovendien nog geen wet.
Heb je nu nog een cv-ketel en weet je niet of er een warmtenet in je wijk komt, dan is het warmteprogramma van je gemeente het eerste waar je naar kijkt. Met de cv-ketel check zie je wanneer jouw ketel aan vervanging toe is en wat het voornemen voor 2029 voor jou betekent. Wat een hybride warmtepomp of een volledige warmtepomp kost, lees je op de kostenpagina's.
Voor de rest van je energierekening, zoals de nettarieven voor stroom, verandert er in 2027 ook het een en ander. Dat lees je in het artikel over de energierekening 2027.