De witte RAL-kleuren verschillen vooral in ondertoon. Sommige zijn koel en strak, andere warm en een tikje gelig. Los van elkaar zie je dat nauwelijks; naast elkaar op een muur of kozijn zie je het meteen.
Kies je wit voor muren en plafond, houd dan één wit aan in een ruimte, of combineer bewust een warm en een koel wit. Twee witten die net iets verschillen, gaan naast elkaar al snel vloeken.