Een mierenpad over het aanrecht of keutels in de keukenkast: het zijn de klassieke ongenode gasten in huis. Meestal kun je er zelf veel aan doen, en vaak zonder gif. Hier lees je hoe je mieren, muizen en ratten herkent, wat je zelf doet en wanneer je hulp inschakelt.
Waarom komen mieren je huis binnen?
Voor voedsel. Volgens Milieu Centraal zijn een paar koekkruimels of druppels limonade voor mieren al een feestmaal, en ze hebben maar een klein gaatje nodig om binnen te komen.
De mieren die je in huis ziet, zijn meestal wegmieren: donkerbruin tot zwart, met werksters van 3 tot 5 mm. Volgens het KAD (Kennis- en Adviescentrum Dierplagen) zit hun nest meestal buiten, onder stoeptegels of langs de gevel. Vinden ze op het aanrecht veel te eten, dan kan hun aantal snel toenemen. Klachten over mieren in huis pieken volgens het KAD in het voorjaar en de zomer.
Hoe pak je mieren aan zonder gif?
Haal het voedsel weg, verbreek het geurspoor en sluit de toegang af. Milieu Centraal geeft deze tips:
- Ruim etensresten direct op en bewaar voedsel goed afgesloten.
- Maak schoon met zeep, zodat het geurspoor waarop mieren lopen verdwijnt.
- Zoek waar ze binnenkomen en dicht kieren. Zet fijnmazig insectengaas voor ventilatiegaten.
- Giet een nest tussen de tegels een paar keer over met kokend water. Volgens Milieu Centraal doe je dat vanwege de milieubezwaren alleen tussen tegels.
- Zet een omgekeerde bloempot op het nest. Volgens Milieu Centraal verhuizen mieren hun nest na ongeveer tien dagen naar de pot, die je dan weghaalt.
Middelen als azijn, kaneel of cayennepeper raadt Milieu Centraal af, omdat ze schadelijk kunnen zijn voor het bodemleven of het milieu. Gebruik je toch een bestrijdingsmiddel, doe dat dan als laatste redmiddel en koop alleen een middel met een toelatingsnummer van het Ctgb. Dat nummer begint volgens Milieu Centraal met NL of EU, of eindigt op N.
Wanneer is het een faraomier en heb je een bestrijder nodig?
Als je het hele jaar door kleine, geelbruine mieren binnen ziet, vooral bij warmtebronnen. Dan kan het een faraomier zijn, en die krijg je volgens Milieu Centraal niet zelf weg.
De faraomier is volgens het KAD een tropische soort die alleen in gebouwen en kassen voorkomt. De werksters zijn 2 tot 3 mm lang, bruingeel met een donkere achterlijfspunt. Ze nestelen graag bij radiatoren, kachels en ovens, en kruipen via kleine spleten achter tegels en in muurholtes. Gewone sprays werken niet, omdat de werksters behandelde oppervlakken mijden. Volgens het KAD werkt alleen een lokaas op gelbasis, en dan pas na enkele weken. Schakel een erkende bestrijder in met een KPMB-certificaat. Twijfel je welke mier het is, dan kan het KAD een opgestuurd exemplaar determineren.
Hoe herken je muizen of ratten in huis?
Aan de keutels. Muizenkeutels zijn klein en zwart: volgens het KAD 3 tot 8 mm lang en 1 tot 3 mm dik, en je vindt ze verspreid. Rattenkeutels zijn veel groter: volgens het KAD bruin of grijs, stomp en zo'n 2 cm lang en 0,5 cm dik.
Andere signalen:
- Muizen: aangevreten verpakkingen, knaagschade aan materialen en kabels. Volgens het KAD zitten ze vaak onder de vloer, op zolder, achter wanden of in isolatiemateriaal.
- Ratten: een vettige laag op randen waar ze vaak langs lopen (buiksmeer) en sporen van poten en staart in stof. Volgens het KAD hebben bruine ratten dagelijks vocht nodig en leven ze graag in het riool.
Wat doe je zelf tegen muizen?
Sluit je huis af en haal het voedsel weg. Volgens Milieu Centraal is een opening van 0,5 cm breed al groot genoeg voor een muis.
- Dicht kieren en spleten. Het KAD adviseert ventilatieopeningen te voorzien van roosters met openingen van maximaal 0,5 cm.
- Bewaar voedsel in goed afgesloten bussen van glas, metaal of hard plastic.
- Ruim kruimels direct op en gebruik afvalbakken die goed sluiten.
- Gebruik bij een enkele muis een klem. Het KAD noemt klapvallen de eerste keuze.
Kies je een val die muizen levend vangt, controleer die dan volgens Milieu Centraal regelmatig, om dierenleed te voorkomen. Zet vallen alleen binnen, zodat andere dieren er niet in lopen. Met gif ben je voorzichtig: volgens Milieu Centraal gelden er sinds 2023 strenge regels, en gif kan via een vergiftigde muis ook roofvogels treffen. Bij een echte muizenplaag adviseert Milieu Centraal een erkende knaagdierbeheerser met een IPM/KPMB-certificaat.
Waarom zijn ratten in huis een gezondheidsrisico?
Omdat ze ziekteverwekkers kunnen verspreiden. Volgens het RIVM kunnen ratten virussen, bacteriën en parasieten bij zich dragen, die via hun urine, keutels en speeksel in de omgeving terechtkomen.
Het KAD noemt onder meer de ziekte van Weil en paratyfus. De ziekte van Weil is een vorm van leptospirose. Volgens het RIVM komt leptospirose in Nederland weinig voor, met ongeveer 30 vastgestelde gevallen per jaar, en is water dat besmet is met rattenurine de grootste risicobron. Ruim je een dode rat of keutels op, draag dan volgens Milieu Centraal handschoenen. Het RIVM noemt als klachten van leptospirose onder meer plotselinge hevige hoofdpijn, koorts en spier- en gewrichtspijn. Krijg je zulke klachten na contact met ratten of hun urine, neem dan contact op met je huisarts.
Wat doe je als je ratten in huis hebt?
Zelf gif gebruiken mag niet. Volgens Milieu Centraal is het verboden om zelf gif te gebruiken om ratten te doden; alleen erkende knaagdierbeheersers mogen dat.
Wat je zelf wel doet:
- Dicht luchtgaten, spleten en keldertoegangen. Gaten tot 2 cm kun je volgens Milieu Centraal dichten met speciale weringspasta, en ventilatiegaten in de spouwmuur met fijnmazig rvs-gaas. Houd daarbij genoeg ventilatie over.
- Bewaar voedsel in afsluitbare bakken, ook honden-, katten- en vogelvoer.
- Beperk volgens het KAD het voedselaanbod in de tuin en houd afval in gesloten containers.
Lukt het daarmee niet, vraag dan je gemeente om hulp. Het RIVM noemt de gemeente, een plaagdierbeheerder en het KAD als plekken waar je terechtkunt. Kies je een bedrijf, vraag dan volgens Milieu Centraal naar het vakbekwaamheidsdiploma en het bedrijfscertificaat KPMB-knaagdierbeheersing.
Hoe voorkom je ongedierte in huis?
Met dezelfde maatregelen tegen alle drie: geen voedsel laten slingeren en geen open kieren. Loop de buitenkant van je huis een keer per jaar na op gaten rond leidingen, kapotte roosters en open stootvoegen. Zet dat op je lijstje in de onderhoudschecklist per seizoen.